Contactdag Rotterdam

Contactdag Rotterdam 10 maart 2007

De contactdag van afgelopen zaterdag in Rotterdam mag wat mij betreft als een klin­kend succes beschouwd worden.

Natuurlijk was er bij dit eerste officiële gebeuren wat minder gelegenheid om dieper met elkaar kennis te maken: dat er redelijk wat tijd ging zitten in plenaire gebeurte­nissen, zoals de toespraak van de Ambassadeur en de toelichting op de situatie van het onderwijs in Burkina door een speciale gast uit Burkina, was inherent aan deze eerste stap.

Heel bijzonder en erg positief vond ik de aanwezigheid van zoveel Burkinabè in Rot­terdam. Hopelijk lukt het ook bij volgende gebeurtenissen om hen erbij te betrekken, want zij kunnen ons zoveel vertellen over de cultuur en de gebruiken in hun land.

Voor mij persoonlijk was de mededeling van de Ambassadeur, dat er bij verzending van spullen naar Burkina een beroep gedaan kan worden op de Ambassade bij de inklaring, een opstekertje. Zo’n twintig organisaties hebben gemeld, dat zij gebruik zouden willen maken van de container die ik onlangs kreeg aangeboden en die ikzelf met geen mogelijkheid vol krijg. Er zal nog wel wat water door de Nakambe stromen voordat alles op zijn plek is, maar zo’n aanbod is natuurlijk erg welkom.

Heel concreet en waardevol vond ik de workshop. Voor de onze, uitwisseling van er­varingen, was de belangstelling weliswaar niet enorm, maar ik had de indruk dat alle deelnemers er meteen mee aan de slag konden. Wat te zeggen van een organisatie die iemand in Burkina helpt een school in te richten en dan plotseling van de aanvra­ger het bericht krijgt, dat hij de school gebouwd heeft op een illegaal verkregen per­ceel? Of men maar geld wil sturen om de grond te kopen, want anders moet de school afgebroken worden?

Of van een ander, die een terrein gekocht heeft en dan nog een naheffing van de le­ges krijgt die niet veel lager is dan de volledige koopsom? Het leek erop, dat 5 of 6 gemeentelijke afdelingen er wijzer van wilden worden.

Ik hoorde van een betrokken vrouw in NL die hulp wilde bieden aan de vluchtelingen uit Ivoorkust in Ouaga. Zij kwam in contact met een Association die alles piekfijn zou regelen voor de vluchtelingen, maar toen puntje bij paaltje kwam, belandde het grootste deel van de hulpgoederen in de zakken van de leden van de Association.

Nog niet lang geleden informeerde iemand of er ervaring was met het slaan van pompen. Zij wilde een forage laten realiseren in de omgeving van Kaya en ze had een offerte gekregen van € 12.000,--. Omdat ik zelf enkele forages heb laten aanleg­gen voor een veel geringer bedrag, heb ik haar een aannemer in Ouaga geadvi­seerd, die bereid is om voor ongeveer € 7500,-- de pomp in de omgeving van Kaya te gaan slaan. Waar komt dat prijsverschil vandaan?

 

We weten allemaal dat corruptie wijdverbreid is, ook in Burkina. Maar wat kunnen we eraan doen? Zolang ieder voor zichzelf werkt ontbreekt elk overzicht. Hopelijk zal een van de belangrijkste voordelen van “ons” Platform zijn, dat we kunnen gaan in­ventariseren wat we in Burkina doen. Laten we bij een bouwproject een tweede of­ferte maken, zijn de opdrachtgevers daarmee akkoord? Ben je vrij om zelf een aan­nemer te kiezen?

Nu het Platform een realiteit is, zouden wij met zijn allen uiteindelijk een goede advo­caat in Ouaga in de arm kunnen nemen. Die zou een contract met het Platform kun­nen sluiten; de tarieven in Ouaga liggen iets lager dan hier, dus dat lijkt mij geen uto­pie. Wanneer zo iemand weet dat hij regelmatig wat extra kan verdienen door “onze” belangen te verdedigen, zal hij zijn best doen om dat contract waar te maken.

Datzelfde geldt natuurlijk ook voor aannemers en specialisten op het gebied van van zonne- energie. Het zou de moeite waard zijn om te inventariseren wat de stichtingen en organisaties in Nederland betalen voor een drieklassige school, een logement voor de leraren, een CSPS, een zonnepaneel etc. etc. We kunnen dan veel gerichter en betrouwbaarder werken.

 

De eerste contactdag was een geweldig succes, ook de afsluiting ervan in Burkina-stijl. Dat deze keer veel tijd ging steken in plenaire zittingen lag voor de hand en daar was niets mis mee. Toch hoop ik dat een volgende keer meer gelegenheid zal gege­ven worden om van elkaars ervaringen te leren. Hoewel het voor niemand plezierig is te moeten constateren dat een project is fout gelopen, vind ik het uitermate belang­rijk, dat ook dié zaken besproken worden. Misschien moet er zelfs een uitdrukkelijke uitnodiging gaan naar degenen, waar het anders liep dan gehoopt. En natuurlijk moet in elke workshop een Burkinabè of Burkinabelle aanwezig zijn die onze taal spreekt: van hun kennis van de cultuur en de gewoonten van het land kunnen wij ontzettend veel leren.

En nogmaals: degenen die niet gekomen zijn hadden écht ongelijk!

 

Sjef Theunissen

Posted by:

Share: